|
Tuesday, 9 January 2001 |
|
Pagina 2 van 3 Omdat je als Mzungu (witte man, maar vrouw mag ook) zo makkelijk te herkennen bent, komen mensen al snel op je af om een praatje te maken. De richting van het gesprek is afhankelijk van hoe rijk (beter: arm) je gesprekspartner is en hoe goed hij (vrouwen spreken me zelden aan) engels beheerst. Tussen Kisoro en de Kongolese grens, in the middle of nowhere dus, heb ik twee volle minuten de hand staan schudden van een oude man die dolblij was me te zien en maar doorratelde in zijn lokale taal, af en toe maar weer eens een 'How are you. Fine' uitkramend. De enige zin die iederéén hier beheerst. Dit alles onder grote hilariteit van het halve toeschouwende dorp.
Handen schudden is een fenomeen an sich. Meestal schud je hem een keer gewoon, dan grijp je een keer van onder naar boven, en dan weer een keer normaal. Soms doe je er nog een keer het haken van de vingertoppen achteraan. Vaak ook hou je de handen vast tijdens een gesprek en in ieder geval bij een lach schud je nogmaals.
Veel mensen zonder geld vragen op een zeker moment iets van je. Geld, je schoenen, een pen, een ticket naar nederland, je adres. Alleen het laatste geef ik soms. Geld moet je verdienen vind ik, dan is het geen probleem. En er zijn genoeg mensen die daar hun best voor willen doen.
Behalve als mensen Mzungu Prices beginnen te rekenen. En dat brengt me op de enige uitzondering van dit bijzonder vriendelijk volkje, ik heb ze al eerder genoemd, de Matatuchaufeurs, conducteurs en 'stuffers' (proppers van taxi's die nog te leeg zijn om te vertrekken. openbaar vervoer vertrekt hier niet op vaste tijden, maar als de bus of taxi vol is. dat kan dus soms een uur of wat duren.)
|