|
Tuesday, 9 January 2001 |
|
Pagina 1 van 3 Tijdens de afgelopen jaren in het zeer internationale bedrijf waar ik werk (31 nationaliteiten in een gebouw) is een van de vele lessen die ik heb geleerd dat vooroordelen over volksaarden vaak meer waar zijn dan je in eerste politiek korrekte instantie zou mogen aannemen. Daarmee wil ik allerminst beweren dan Belgen dom zijn, maar het is wel duidelijk dat de fijne Hollandse openheid in een groot gedeelte van de wereld als bot wordt opgevat. En dus denk ik dat ik me na 3 en een halve week Uganda wel wat gemeenplaatsen mag aanmeten over de bevolking in dit schitterende land.
De Ugandezen zijn een ambivalent proper volkje. Wat me met name in Sipi Falls, waar we tussen de landerijtjes en bananenbosjes doorliepen, opviel was dat alle erfjes keurig afgestoken zijn (dus een haarscherp randje van gras naar de rode aarde van het erf) en dat iedereen zijn kleine plaatsje keurig heeft aangeveegd.
Ook qua kleren ziet iedereen die het zich een beetje kan permiteren er tiptop uit. Leren schoenen zijn altijd gepoetst, mannen dragen het liefst een schoon gestreken overhemd met lange mouwen, ook al zitten er vaak enkele gedichte gaten in.
Aan de andere kant flikker je je afval gewoon op straat. Toen ik een beetje onthand met een lege waterfles in de rondte staarde in de bus van Kisoro naar Kabale, door schitterend groene heuvels, opende mijn buurman spontaan het raampje, nam de fles van me over en hops, propbleem opgelost. Overal ligt zwerfvuil, van de belastingopbrengsten hier kun je geen vuilnisophaaldienst betalen, dus met een beetje geluk verzamelen mensen het afval en verbranden het. 's Avonds ruikt Kampala naar gesmolten plastic.
|