Gisteravond ben ik door een Ranger naar mijn tent gebracht. Het is een lang verhaal over het waarom daarvan en dit lijkt me een ideale plaats om dat eens uitgebreid te gaan vertellen.
Drie dagen geleden kwam ik na lange omzwervingen (via chimps en researchers, maar daarover misschien later meer) aan op de savanne die de groene strook omsluit waar de Victoria Nijl doorheen stroomt. Ik werd daarheen gebracht door een geweldig aardige Ugandese familie met aan het hoofd Luitenant Kolonel Fred, die mij aan de kant van de weg hadden opgepikt na wat waarschijnlijk Afrika's kortste liftpoging ooit is geweest, nl, 1 minuut en 5 seconden. In een moordend tempo jakkerde de Kolonel zijn Storm jeep over de dustroads naar het Murchison Falls National Park, terwijl achterin de drie kinderen, de bewaker Frank met Kalachnikov, mijn rugzak en ik rondstuiterden. Als er aan de einder weer een bult in de weg opdoemde brulden de kinderen in koor: 'We are going to *BOUNCE*!' en op bounce leviteerden we inderdaad een kortstondig moment in het luchtledige. Niemand droeg een gordel, iedereen was blij, en samen zongen we 'Hakuna Matata, what a wonderfull phrase'.
Bij aankomst op de campsite in Paraa scharrelden daar inderdaad de Pumba's over het terrein. Er landde net een Kariboe (wat de Ugandese duiven zijn, alleen veel lelijker en 100 keer zo groot, dus je kunt je voorstellen hoe het stationsplein van Kampala eruit ziet als het ondergescheten is. Geluk bij een ongeluk is dat de Ugandese spoorwegen enkele jaren terug volledig gestopt zijn met het vervoeren van passagiers, dus zo slecht doen de Nederlandse Spoorwegen het toch niet ;-)
Toen mijn tentje was opgezet en mij nogmaals was verzekerd dat ik mij geen zorgen hoefde te maken over hippo's, die de vorige avond nog over het terrein hadden gelopen (en die nacht een fijne hoop dung op nog geen 7 meter van mijn tent achter zouden gaan laten), en voor leeuwen, die in '98 500 meter verder een 6-jarig jongetje hebben opgepeuzeld, poetste ik mijn tanden met uitzicht over de onder onze campsite doorkronkelende Nijl, verpoosde ik mij met Thessa en haar moeder, Joke, die inmiddels ook waren gearriveerd en liet ik mij gewillig afmatten door de vrijpostige vragen en opmerkingen van de drie kids van Dida en Ltd Kol Fred. Waaronder: Waarom heb jij haren in je neus? Waarom ben je niet met Thessa getrouwd? O nee, jij kunt nooit meer trouwen, daar ben je te oud voor. En als meest belangrijke issue, alle varianten van: als een wardhog (pumba, savannevarkentje) een olifant tegenkomt, wat gebeurd er dan? Maar daarover later meer.
Want na een heerlijk rustige nacht (hippo's kunnen 3500 kilo wegen, maar weten toch heel stilletjes langs mijn tentje te sluipen) volgde de volgende morgen met iedereen altesaam een heuze Game Drive op zoek naar wild!
Ltd Kol Fred zette er weer een behoorlijk tempo in, maar niettegenstaande dat konden we ons vergapen aan impala's en antilopen in alle soorten en smaken (Hartebeest, waterhog etc), giraffes (Schitterend!), olifanten (met van die geweldig grote oren, ipv de kleine indische van vorig jaar). Toen Ltd Kol Fred de jeep in een kuil parkeerde en we ineens buiten tegen de wagen stonden de duwen en trekken om hem weer vlot te krijgen werden we vanaf een veilig afstanje gadegeslagen door een stel Buffalo's.
In de loop van de ochtend liep de temperatuur in het wagentje, volgestouwd met tien mensen, flink op, en gelukkige verpoosde onze Ranger George ons en de vermoeide kinderen op de terugweg op stoere safariverhalen. Na een intense ondervraging, waaraan ik de avond tevoren was blootgesteld, wilde hij wel loslaten dat hij voor geen een dier op de savanne bang was, behalve voor de Buffalo. De Buffalo is een soort van koe, maar dan uitgerust met een bijzonder opvliegend karakter, evenveel hersencellen (erg weinig dus) en twee messcherpe hoorns, waar hij in geval van nood willekeurig welke medesavannebewoner of gast aan vast weet te spiezen. Ook de leeuw is voor een groep buffels een onwillig slachtoffer wanneer hij zich onwelgevallig opstelt. (maar dat wisten we al uit de Lion King, of niet!)
Kortom, een beest om rekening mee te houden.
Dus toen Joke en ik de volgene ochtend, de ziek geworden Thessa in haar banda (lemen hutje) achterlieten en er als twee woudlopers op uit trokken voor een verfrissende wandeltocht, vonden wij het wel zo'n geruststellend idee dat Jimmy, onze Wandelranger, zich verexcuseerde, maar vanwege de wilde dieren op onze route voor ons, *toch* even de haan van zijn Kalachnikov spande. Pas na afloop van de wandeling vertelde hij dat schieten op een Buffalo binnen een afstand van 10 meter geen zin heeft omdat 'een Buffalo toch doorloopt.'
Terwijl de hippo's onderdoken als wij over de wallekant naderden, de krokodillen schielijk het water inschoten, en wij ons een weg klauterden langs de waterkant, beseftte waarschijnlijk alleen Jimmy de gevaren die ons achter elke volgende struik zouden kunnen opwachten. Later hoorden we dat de meeste Rangers een hekel hebben aan het lopen van de eufemistisch genoemde 'Nature Walk'. En wij weten nu waarom.
Bij het ronden van nog een bossage boog Jimmy af naar links, een paar meter voor ons uit. Plotsklaps klonk er vanaf de waterkant aan onze rechterkant een woest gesnuif. Toen we omkeken staarden we in de gepaniekeerde ogen van een Buffalo. Hij was minder dan 10 meter van ons vandaan, pikzwart, zijn natte neus zo blinkend en dichtbij dat ik er onze verschrikte gezichten in kon herkennen. Joke slaakte een bescheiden gilletje en rendde Jimmy achterna, terwijl de Buffalo zijn hoofd dreigend draaide om een charge te gaan uitvoeren. Ik deinsde achteruit en vergat de wijze les van George om zo snel mogelijk plat op de grond te gaan liggen omdat dat de enige manier is waarop je het de Buffalo onmogelijk maakt om je aan zijn horens te rijgen.
Godzijdank verloor Jimmy zijn zenuwen niet en begon als een gek op het magazijn van zijn geweer te tikken. De Buffalo stormde naar voren en verschrikt door het getik draaide af naar rechts, de enige weg die nog voor hem open was. Snuivend verdween hij in het struweel, ons, trillend als espenblaadjes achterlatend.
Jullie begrijpen natuurlijk mijn verdeelde emoties toen ik gistermiddag in de Sambiya River Lodge arriveerde en de patron mij verzekerde dat kamperen geen probleem was, maar dat niet meer naar mijn tent mocht lopen nadat de lichten op het terrein uit gingen. Er lopen hier 's nachts namelijk Buffalo's rond die uit het zwembad komen drinken. Gisteravond ben ik dus maar door een Ranger naar mijn tent gebracht.
Vandaag ben ik naar Fort Portal gereisd, en morgen ga ik denk ik maar weer eens veilig aapies kijken.
Regel 3: Stap nooit in een olifantendrol met je blote voeten. Olifanten eten acasia's en daar zitten 4 cm lange stekels aan. Die verteren de olifanten niet, dus voor je het weet heb je zo'n stekel in je voet!
groeten,
batje op reis
Postscript: 4 maanden later ging Thessa dezelfde wandeling maken. Jimmy was haar Ranger. Jimmy vertelde zijn mooiste verhaal, het verhaal dat je net gelezen hebt. 'En die vrouw, die gilde zo hard, ik hoor het nu nog', aldus Jimmy.
Keywords:
wandelsafari
buffalo
angst
gillen
wandeling
|